Hierbij wil ik aan de hand van mijn beoordeling nog enkele toelichtingen geven op de besproken onderdelen in de groepsscenario's en mijn SWOT-analyse. Ik heb de blog betreffende scenario's en SWOT ook aangepast.
De gesprekken die ik over de scenario's gevoerd heb waren met collega Raoul Bosboom van technische bedrijfskunde (TB) en Sander van den Dungen van bedrijfskunde midden klein bedrijf (BMKB). Zij zijn momenteel bezig met samenvoegen van twee deeltijdopleidingen. Mijn rol hierin is om te onderzoeken hoe blended learning hierin een rol kan spelen. Met name het vraagstuk wanneer de student 'off-line' of 'online' studeert is bij deeltijd van belang. Door onze dialoog zijn nieuwe inzichten gekomen over welke rol de docent hierin gaat vullen. De contacturen kunnen bijv. via Skype ook online. Daarnaast zal de rol als coach ook 'realtime' moeten plaats vinden omdat emotie en gevoel via beeld en geluid minder over komt.
Buiten mijn opleiding heb ik afgelopen jaar deel uit gemaakt van Fontys Education Design (FED) en samen met Jochem Goedhals aan de ontwikkeling van een minor 'Embrace TEC' meegwerkt. Vanuit mijn expertice op het gebied van techniek heb ik hier mijn bijdrage aan geleverd. Hier werd aan de hand van eenvoudige voorbeelden duidelijk dat online instructies wel functioneren maar dat het zien en voelen bij het leren van vaardigheden meer effect heeft. Het is dus per branche afhankelijk welke verhouding offline-online mogelijk is. Een theoretische opleiding als 'rechtenstudie' zal online meer mogelijkheden bieden dan een opleiding tot hartchirurg.
In maart ben ik met mijn collega Twan Lintermans naar een beurs geweest over 3-D printing en virtual reality. Hier waren instucties en tutorials te zien met een virtual reality bril op. Het instellen en bedienen van een machine werd hier nagebootst en heb ik ervaren als een instructie die de echte wereld zeer nauw benaderd. Het is dus mogelijk om dit digitaal en online uit te voeren. Om deze tutorials te maken zijn nieuwe technieken en vaardigheden nodig. Dit is nu nog specialistisch maar gezien de ontwikkelingen zal dit in 2030 voor de docent een standaard competentie zijn. Bij terugkomst en overleg met collega's was voor ons snel duidelijk dat meerdere collega's sceptisch waren over het leren van deze nieuwe technieken en vaardigheden. Met name de vijftig plussers voelen zich ongemakkelijk. Zij geven ook aan in het gesprek dat hun generatie digitaal 'selfmade' is waardoor moeilijk aan te geven is welk niveau bij iedereen aanwezig is. Hier zullen we dus aandacht aan moeten schenken door middel van een 'nulmeting'. Van daaruit kan structureel een nieuwe 'digitale' competentie geleerd worden.
Met de maatschappelijke ontwikkelingen die ik benoem in mijn scenario's en die betrekking hebben op onze opleiding bedoel ik globalisering, internationale samenwerking en de multiculturele samenleving. Daarnaast lopen parallel de technologische en logistieke ontwikkelingen die constant doorgaan. Al deze ontwikkelingen dwingt de technisch bedrijfskundige tot een 'hele leven leren'.
Dit is nu al zo en zal in de toekomst meer worden. Het zal meer op maat gebeuren. Learn on the job!
Zo kan de technisch bedrijfskundige bijdragen aan het creëren van een circulaire economie. De Nederlandse overheid en het bedrijfsleven hebben in een convenant aangegeven om in 2050 volledig circulair te zijn. Hierbij zijn 21st century skills als samenwerken, kritisch denken en creativiteit nodig.
Posts tonen met het label Paul. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Paul. Alle posts tonen
maandag 12 juni 2017
maandag 20 maart 2017
Quest 3: SWOT-analyse Technische Bedrijfskunde Fontys BEnT
Sterkte
·
Projectonderwijs (Populaire opleiding)
·
Activity Based Working
·
Diverse rollen van de docent
·
Verhouding theorie en praktijk
·
De organisatie staat open voor innovaties en
vernieuwingen
|
Zwakte
·
Huisvesting
·
Individuele toetsing
·
Docentencapaciteit
·
Digitale vaardigheden
|
Kansen
·
Nieuwbouw waar Activity Based Working wordt toegepast
·
Meer docenten, tutoren, begeleiders,
·
Blended learning
·
Digitaal toetsen
|
Bedreigingen
·
Groei organisatie
·
Maatschappelijke ontwikkelingen
·
Bedrijven ontwikkelingen
|
Sterktes:
Bij Technische Bedrijfskunde worden kennis, vaardigheden en
toepassing integraal aangeboden middels projectonderwijs en is dit in de
toekomst ook online mogelijk. Sinds afgelopen zomer wordt Activity Based
Working toegepast en is dit inmiddels geheel geaccepteerd. De docent acteert in
verschillende rollen variërend van tutor, vakdocent, studieloopbaanbegeleider
tot stagebegeleider. De verhoudingen in welke rol en mate worden aangepast aan
de hand van digitale en maatschappelijke ontwikkelingen. Denk hierbij aan globalisering en het samenwerken tussen bedrijven om naar een circulaire economie over te gaan. Hoorcolleges en
workshops worden gericht op het project gegeven zodat theorie en praktijk heel
dicht bij elkaar liggen. De opleiding staat van “top to bottem” open voor
innovatie en vernieuwing. Op dit moment wordt Circulaire Economie gedeeld
vanuit een brede Fontys visie en zal deze de komende jaren binnen het
curriculum verspreid worden. Mijn rol hierin is samen met mijn vakgroep het verspreiden van de visie over circulaire economie en mijn collega's te helpen om deze visie te vertalen naar hun vakgebied.
Zwaktes:
Door groeiende aantallen studenten is de huidige locatie
aan de Rachelsmolen te krap en levert dit op piekmomenten overvolle ruimten op.
Daarnaast zullen hierdoor meer docenten in diverse rollen bij moeten komen en
zou dit in de toekomst online door tutorials minder nodig zijn.
De projectgroepen worden gezamenlijk beoordeeld waardoor
meeliftgedrag niet uitgesloten is. Hierdoor is individuele beoordeling van hun
projectbijdrage minder mogelijk. De digitale vaardigheden van het huidige docentenkorps
is standaard en heeft richting de toekomst meer aandacht nodig. Denk hierbij
aan ‘Blended Learning’ of het maken van tutorials. Bij het samenvoegen van twee deeltijdopleidingen technische bedrijfskunde en bedrijfskunde MKB zijn mijn collega's Raoul Bosboom en Sander van Dungen benieuwd naar de rol van Blended learning bij het deeltijd onderwijs. Dit is inmiddels mijn onderzoek voor de MLI geworden en ik ga daarnaast onderzoeken welke rol de docent hierin gaat spelen.
Kansen:
Door het groeiende aantal studenten en samenwerking met
TU/e wordt er samen met alle technische instituten in 2019 verhuisd naar het
voormalige TNO-gebouw op het TU/e terrein. Hierdoor kan Activity Based Working
zoals het bij Technische Bedrijfskunde
wordt toegepast nog verder ontwikkeld en overal toegepast worden. Het gebouw
wordt volledig gerenoveerd aan de hand van de wensen voor de komende tien jaar.
Deze worden nu door een stuurgroep intern binnen onze opleiding opgesteld. Ik zit in deze stuurgroep vanwege mijn ervaring als projectleider bij huisvesting. Mijn onderzoek over Blended
learning gaat hier een bijdrage aan leveren.
Daarnaast zullen docenten Virtual Reality (VR) Instructions en Tutorials ontwikelen en produceren. Afgelopen maart ben ik samen met mijn collega naar een beurs over virtual reality en 3-D printing geweest. Hier heb ik met een VR-bril een machine ingestelt en bedient aan de hand van de instructie. Het is dus digitaal mogelijk. Dit vergt echter nieuwe kennis en vaardigheden. Bij terugkomst en overleg met collega's was de helft enthousiast en de andere helft sceptisch.
Met name de vijftig plussers. Zij gaven aan in het gesprek dat ze digitaal 'selfmade' zijn en moeilijk in te schatten is welk niveau iedereen heeft. Hier zal dus eerst een nulmeting moeten plaats vinden.
Van daaruit kan men nieuwe digitale competenties leren.
Daarnaast zullen docenten Virtual Reality (VR) Instructions en Tutorials ontwikelen en produceren. Afgelopen maart ben ik samen met mijn collega naar een beurs over virtual reality en 3-D printing geweest. Hier heb ik met een VR-bril een machine ingestelt en bedient aan de hand van de instructie. Het is dus digitaal mogelijk. Dit vergt echter nieuwe kennis en vaardigheden. Bij terugkomst en overleg met collega's was de helft enthousiast en de andere helft sceptisch.
Met name de vijftig plussers. Zij gaven aan in het gesprek dat ze digitaal 'selfmade' zijn en moeilijk in te schatten is welk niveau iedereen heeft. Hier zal dus eerst een nulmeting moeten plaats vinden.
Van daaruit kan men nieuwe digitale competenties leren.
Bedreigingen:
Door de groei van de organisatie en Activity Based
Working nemen de informele contactmomenten af. Blended learning on line vanuit thuis kan de collega's docenten van elkaar vervreemden. Hierdoor kan de docent en de
student zich minder betrokken voelen bij het leerproces. Online zal dit niet verbeteren
omdat contact en coaching in één ruimte meer effect heeft. Bedrijven en
maatschappij veranderen en het is de vraag of de eindleerdoelen er in de
toekomst op aansluiten.
Peerfeedback van Marlene is in dit stuk verwerkt. In eerste instantie had ik veel te veel punten in elk vak staan. Door een aantal elementen te schrappen is het duidelijker geworden. Herkenbaar voor een Swot analyse is dat een thema bij diverse vakken terug kan komen. Een bedreiging kan ook een kans zijn.
Peerfeedback van Marlene is in dit stuk verwerkt. In eerste instantie had ik veel te veel punten in elk vak staan. Door een aantal elementen te schrappen is het duidelijker geworden. Herkenbaar voor een Swot analyse is dat een thema bij diverse vakken terug kan komen. Een bedreiging kan ook een kans zijn.
Quest 2: Toekomstscenario’s Hbo-WO en Fontys Bedrijfskunde Educatie en Techniek 2030 (BEnT)
Trends: Globalisering en digitalisering
Scenario 1: Off-line in een vast les- en
leerprogramma
Sinds het Fontys instituut Technische bedrijfskunde in
2020 heeft besloten voor een integrale aanpak zijn er verschillende onderwijs
modellen uitgeprobeerd. De visie uit 2015 dat Fontys studenten op leidt voor
een samenleving waarin voortdurend sociale en technologische innovaties
plaatsvinden is weliswaar 15 jaar oud maar blijft overeind. Studenten moeten
bij ons een intern kompas ontwikkelen waarmee ze die samenleving vorm kunnen
geven (Meijer, Nederhof, Welmer, 2015) Uit een onderzoek van SLO uit 2026 is
gebleken dat de Hbo student die de leerdoelen aan de hand van een vierjarig
vastgesteld curriculum haalt het beste aansluit op de arbeidsmarkt. De technisch bedrijfskundige zal zich meer gaan toelichten op een Circulaire Economie. Hiervoor heeft de Nederlandse overheid samen met bedrijven in 2017 een grondstoffenakkoord getekend. Bedrijven zullen veel meer moeten gaan samenwerken. Hierbij zijn de 21st Century skills als samenwerken, innoveren en creatief denken nodig. De docent zal naast vakdocent de studenten coachen op samenwerking en creativiteit. Hij richt zich op het vergroten van de effectiviteit van het individu en/of de groep. Daarnaast zijn
werkgevers vanaf 2024 verplicht om werknemers capaciteit en middelen te
geven om zich verder te ontwikkelen en is het aantal voltijd en deeltijd studenten
inmiddels gelijk. Zo zullen werkenden ten opzichte van vroeger eerder naast hun
werk een (Hbo)studie volgen. Dat het Hbo-systeem Master-bachelor (Dublin, 2004)
in Europa nog steeds voldoet heeft de samenwerkingsovereenkomst
(Sino-dutch-consortium, 2017) met het Chinese ministerie van onderwijs
(MoE) bewezen. Het doel om het Hbo en
wetenschappelijk onderwijs van Nederland op het niveau van systeem, instelling
en opleiding naar het Chinese onderwijssysteem te kopiëren is grotendeels
geslaagd. De beoogde 5 jaar waren te
ambitieus maar in 2027 is gebleken dat meer dan 100 Chinese universiteiten
gezamenlijk de overstap hebben gemaakt naar een University of Applied Sciences
(UAS). In een traditioneel energieneutraal schoolgebouw leert de student aan de
hand van hoorcolleges, workshops en persoonlijke begeleiding op maat. Leren
door extrinsieke motivatie (Hattie
& Timperley, 2007) in de vorm van beloning. Door het halen van studiepunten krijgt de student van zijn of haar werkgever meer salaris of vrije tijd. ICT ondersteunt hierbij in beperkte mate
en wordt streng beveiligd. Ná de cybercrash in 2025 werkt men intern met een
informatiesysteem maar is men niet meer verbonden met externe
informatiesystemen. Het (project)onderwijs heeft zich dan wel meer en eerder
verlegd naar het werkveld maar uit het onderzoek van SLO is gebleken dat het
contact tussen ‘coach’ en student meer rendement op levert dan de zelfstudie.
Scenario 2: On-line in een
vast les- en leerprogramma
Het huidig (2030) onderwijssysteem is stabiel en
beheersbaar. Door online gestructureerde leerprogramma’s hoeft de student minder
in een fysiek schoolgebouw onderwijs te volgen. Hierdoor wordt het nieuwe
energie neutrale schoolgebouw wat Fontys Techniek in 2032 op de TU/e campus
opent 30% kleiner dan de huidige locatie uit 2019. Virtual Reality
instructions, tutorials, hoorcolleges en vakgerichte documentaires online kunnen
op diverse zoektermen worden gevonden. Bijv. per branche, vak of thema etc. De rol van de docent is meer in de vorm van coach. Hij stuurt op bewustwording, het vergroten van zelfvertrouwen en het exploreren, ontwikkelen en toepassen van eigen mogelijkheden. Op vaste momenten wordt de student tijdens
zijn 4-jarig curriculum online getoetst. Door het nieuwe
inlog-identificatiesysteem uit 2026 bepaalt de student zelf waar dit
plaatsvindt. Ook zijn de toetsen gespreid over een periode, zodat er geen
piekbelasting ontstaat. Het toetsen legt zich tegenwoordig
(2030) hoofdzakelijk toe op samenwerken, creativiteit en innoveren. Het
kunnen toepassen van de kennis waarover de student beschikt is een belangrijke
voorwaarde om een goede professional te worden (Dewey, 1922; Miller, 1990). Inmiddels
zijn er net zoveel voltijd studenten als duaal en deeltijd studenten en heeft de
opgestelde strategische agenda van de Sociaal Economische Raad (SER, 2015) zijn
vruchten afgeworpen. Hierbij staat de aansluiting tussen onderwijs en
(toekomstige) arbeidsmarkt centraal. Samen met de 21st century skills (Thijs, Fisser
& Hoeven, 2014) en een leven lang leren zijn dit de drie thema’s die
Nederland als kenniseconomie in de top 5 van de wereld heeft gebracht. De
Nederlandse overheid stelt de kaders aan opleidingen zodat iedereen kansen
heeft om te overleven in de constant veranderende maatschappij. Structureel en
meetbaar onderwijs is belangrijk voor de continuïteit van het onderwijs.
Scenario 3: Off-line met een vrije keuze
les- en leerprogramma
Bij Technische Bedrijfskunde worden kennis, vaardigheden
en toepassing integraal aangeboden middels projectonderwijs. De vaardigheden zijn aangepast aan de 21st century skills. Denk hierbij aan samenwerken, innoveren en creatief denken. De kenmerken van
het projectonderwijs bij Technische Bedrijfskunde zijn gebaseerd op Dekeyser
& Baert, 1999; van Vliet & van Holten, 2009 en Van Woerden, Bertels
& Blom, 1988. Het projectonderwijs is probleemgericht, toepassingsgericht,
praktijkgeoriënteerd en samenwerking en projectbeheer staan centraal. na het grondstoffenakkoord in 2017 zal de technische bedrijfskundige zich steeds meer gaan richten op een circulaire economie. Aan de
hand van de student zijn einddoel wordt de leerweg bepaalt en behaalt. Door de
vrije keuze kan de student zelf zijn leerroute bepalen. Door de goede
aansluiting van het onderwijs en de arbeidsmarkt heeft zich een lerende
economie ontwikkeld. Werken en leren op maat is en wordt steeds meer toegepast.
Voltijd studenten zijn individuen die op jonge leeftijd al een bewuste keuze
kunnen maken voor hun toekomst. De werkenden leren hun vaardigheden gericht op
hun vak of baan. Door leren op maat kunnen onderdelen uit curricula van diverse
instituten gecombineerd worden. Hiervoor delen alle instituten hun kennis door
deze maandelijks uit te wisselen en op hun interne netwerken te plaatsen. Ná de
cybercrash in 2025 werkt men intern met een informatiesysteem maar is men niet
meer verbonden met externe informatiesystemen. De rol van de docent is bij
Technische Bedrijfskunde al sinds 2010 heel divers en kan apart maar ook samen
uitgevoerd worden. Dit varieert van projectcoördinator, tutor, vakdocent,
studieloopbaanbegeleider, coach etc. De
student staat daarbij centraal en werkt pro-actief individueel tijdens stage en
in groepsverband tijdens projecten.
Scenario 4: On-line met een vrije keuze les-
en leerprogramma
Door de vrije keuze kan de student zelf zijn leerroute
bepalen. Door de goede aansluiting van het onderwijs en de arbeidsmarkt heeft
zich een lerende economie ontwikkeld. Werken en leren op maat is wordt steeds
meer toegepast en voltijd studenten zijn individuen die op jonge leeftijd al
een bewuste keuze kunnen maken voor hun toekomst. Door het flexibele
onderwijsstelsel online kan iedere lerende zijn of haar leerdoelen op elk
gewenst niveau bepalen en bereiken. De student kan de docent online en offline
bereiken die daaropvolgend onderwijs op maat kan bieden.
Daarnaast is de transitie van een lineaire economie naar
een 100% circulaire economie (CE) in 2050 een belangrijk thema in het onderwijs.
Om over te schakelen naar een circulaire economie, heeft de
Rijksoverheid vanaf 2018 verschillende maatregelen genomen. Zo zijn regels en
wetten veranderd en is geïnvesteerd in ondernemers die al vroeg actief waren op
het gebied van circulaire economie. Het grondstoffenakkoord ‘Nederland
circulair 2050’ heeft in 2021 en 2025 twee evaluatie momenten gehad waarna het
is bijgesteld. Komend najaar volgt het derde ijkpunt en nu al is duidelijk dat
om tot een circulaire economie te komen onderwijs en onderzoek belangrijk
blijft. De digitale snelweg is daarbij van groot belang. De verspreiding en uitwisseling van kennis in de vorm van docu's, tutorials etc. via internet is. Met de virtual reality bril is men constant online aan het communiceren. De overheid stimuleert daarom het opzetten van kennisnetwerken en
manieren om kennis uit te wisselen. Denk hierbij aan de virtual reality trainingsprogramma’s
waardoor globaal dezelfde kennis gedeeld wordt. De docent is naast tutor, vakdocent en coach ook competent in het maken van virtual reality programma's. Hij kan digitaal als een hologram met meerdere studenten tegelijk communiceren. Door de schaarste van fossiele
brandstoffen kunnen studenten hoofdzakelijk online kennis en vaardigheden
globaal uitwisselen. De zogenaamde ‘Grand Challenges’ (Berg, Bogaard, Drachsler, Filius,
Manderveld & Schuwer, 2015) ten aanzien van klimaat, energie-,
grondstoffen-, water- en voedselvoorziening hebben ons voor nieuwe uitdagingen
gesteld om met creatieve oplossingen te komen. Creativiteit, samenwerken en
innoveren zijn en blijven de belangrijkste skills van de 21th century. Volgens
Amabile (1996) zijn 3 elementen noodzakelijk om creativiteit te verhogen:
expertise; vaardigheden voor creatief denken; en intrinsieke motivatie. Volgens
Amabile is echter een significante positieve relatie tussen creativiteit en
intrinsieke motivatie nog niet consistent aangetoond . Wel tussen creativiteit
en intrinsieke motivatie in relatie tot een product (Rietzschel, 2015)
Literatuur:
Berg, A., van den Bogaard, M., Drachsler, H., Filius, R.,
Manderveld, J., & Schuwer, R. (2015). Grand
Challenges learning analytics & open en online onderwijs: Een verkenning.
Circulaire Economie (2017). National agreement on circulair economy geraadpleegd op:
Dekeyser, L., en Baert, H. (1999). Projectonderwijs:
leren en werken in groep. Leuven: Acco.
Dewey, J. (1922). Human Nature and Conduct. New York:
Henry Holt.
Hattie, J., & Timperley, H. (2007). The power of
feedback. Review of educational research, 77(1), 81-112.
Meijer, N., Nederlof, H., Welmers, J. (2016). Fontys Focus 2020.
Miller G. E. (1990).The assessment of clinical skills/
competence/ performance. Academic Medicine, 65, 63-67.
Onderwijsraad (2013) Leraar
zijn. Den Haag: Onderwijsraad
Raad,S.E. (2015) Strategische
agenda Sociaal Economische Raad geraadpleegd op:
Rietzschel, E. F. (2015). De creatieve paradox van autonomie en structuur. Gedrag en Organisatie, 28(2).
Thijs, A., Fisser, P. & Hoeven, M. van der (2014). 21e eeuwse vaardigheden in het curriculum
van het
funderend
onderwijs. Enschede: SLO
Vereniging van Hogescholen (2017) sino-dutch-consortium geraadpleegd op: http://www.vereniginghogescholen.nl/actueel/actualiteiten/sino-dutch-consortium-van-start-met-tien-hogescholen
Van Holten, M. en van Vliet, R. (2009). Projectonderwijs in het HBO. Bohn
Staffleu van Loghum.
Feedback van Dennis:
Naast een aantal spelling en woordkeuze heeft Dennis in mijn document opmerkingen geplaatst. Deze opmerkingen heb ik allemaal verwerkt in het document en zijn dus niet volgens het format feedbackkaart aangegeven. Over het algemeen kan ik het volgende zeggen:
Zoals ook al eerder aangegeven moest ik meer diepgang aanbrengen en heb dit ook gedaan. Wat betreft de backcasting had ik dit bij twee scenario's minder aangegeven wat ik heb aangepast.
Feedback van Dennis:
Naast een aantal spelling en woordkeuze heeft Dennis in mijn document opmerkingen geplaatst. Deze opmerkingen heb ik allemaal verwerkt in het document en zijn dus niet volgens het format feedbackkaart aangegeven. Over het algemeen kan ik het volgende zeggen:
Zoals ook al eerder aangegeven moest ik meer diepgang aanbrengen en heb dit ook gedaan. Wat betreft de backcasting had ik dit bij twee scenario's minder aangegeven wat ik heb aangepast.
donderdag 26 januari 2017
Quest 1: 'Trends shaping the future'
Innoveren en vernieuwen is belangrijk om maatschappelijke
problemen op te lossen en om marktwensen te vervullen wat essentieel is voor de
continuïteit van bedrijven. Bij de opleiding Technische Bedrijfskunde van
Fontys BEnT is dit één van de vier pijlers van het curriculum en wordt dit
d.m.v. projectonderwijs toegepast. Het projectonderwijs is probleemgericht,
toepassingsgericht, praktijk georiënteerd en samenwerking en projectbeheer
staan centraal. Bij de opzet van het projectonderwijs is het integrale leren
van de bedrijfskundige onderwerpen een belangrijk uitgangspunt (Leirman, 1977;
de Kleijn & Mathijssen, 1996). Daarnaast staat de persoonlijke ontwikkeling
van de student centraal die dit steeds meer op niveau en tempo zelf kan
bepalen. Dit kan en wordt al op alle vakgebieden (PO, VO, Mbo en Hbo) toegepast
maar zal de komende jaren veel meer aandacht moeten krijgen. Het voortgezet
onderwijs loopt hierbij het meeste achter. Hier wordt hoofdzakelijk klassikaal en
integraal les gegeven. Bij het primair onderwijs zie je hierin al jaren een
positieve ontwikkeling zowel op het gebied van differentiaal als digitaal
leren. Het krijtbord is hier allang verdwenen en kinderen van alle niveaus
zitten in één klas. Algemeen hebben we dus te maken met een collectief en
individueel leerproces ondersteund door digitale technologie. De trends die ik kies
gaan over het gepersonaliseerd leren in combinatie met de digitalisering. In de
onderstaande sjabloon zijn deze twee trends weergegeven met hun daarbij
behorende drijvende krachten.
Een mix van deze drijvende krachten is Blended learning.
Blended learning is
een combinatie van online leren, contactonderwijs en praktijkonderwijs (Binkley
at al, 2010). Hierbij is de onderlinge samenhang van leeractiviteiten per
situatie en context verschillend. Door leermiddelen flexibel, interactief en
activerend in te zetten sluit dit aan bij de ‘21st century skills’ (Binkley at
al, 2010).
In de komende tien jaar zal offline steeds meer
overgenomen worden door online. De student kan hierdoor steeds meer bepalen
waar, wanneer en hoe hij wilt leren waardoor hij zijn eigen ontwikkeling bepaalt.
Dit geldt voor leren in het algemeen op alle niveaus en voor alle leeftijden.
Kortom je kunt je eigen route bepalen over wat en wanneer je wilt leren tot het
niveau wat jij denkt nodig te hebben. Landelijk zijn met name in en rondom het
hoger onderwijs dergelijke initiatieven te bespeuren. Zo zetten steeds meer
universiteiten hun onderwijs online zodat studenten gratis colleges en
cursussen kunnen volgen (MOOC). Vooral
de TU Delft loopt voorop met haar ‘OpenCourseWare’ programma en ook de
Universiteit van Amsterdam laat zich niet onbetuigd.
Ook is er in Nederland de zogenaamde ‘Universiteit van Nederland‘,
een nieuw initiatief van o.a. Alexander Klöpping, bekend van zijn
optredens in De Wereld Draait Door. Daarnaast wordt het noodzakelijk om de
komende jaren (digitale) kennis en technologische vaardigheden te leren (Thijs,
Fisser en Hoeven, 2014). Ook 21ste -eeuwse vaardigheden als kritisch
& probleemoplossend denken, samenwerking in netwerken en conceptueel
denkvermogen worden steeds belangrijker. Als men deze vaardigheden niet
beheerst zal men problemen op de arbeidsmarkt ondervinden (Wagner, 2008). Deze
stelling wordt breed gedeeld (Dede, 2010; Europese Unie, 2006; OECD, 2004; WRR,
2014). Bij de ontwikkeling van de nieuwe opzet van het deeltijdonderwijs bij
ons instituut heb ik deze trends bij mijn collega’s voorgelegd en besproken.
Zij zijn van mening dat deze ontwikkeling zéér belangrijk is voor de nieuwe
opzet en hebben mij gevraagd om aan te sluiten. Zelf hebben zij contact met
andere Hogescholen hoe zij hun deeltijd onderwijs aanpassen en ontwikkelen. Met
name de Hogeschool van Utrecht is op het gebied van Blended Learning al een
flinke stap verder. Wat betreft het game
team zou ik daarom willen adviseren om deze trends mee te nemen in ons
gezamenlijk scenariosjabloon.
Bronnen:
Bijsterveld, C. A. (2013). De nieuwe rol van de
bibliotheek bij content curation. Trendrapport Open Educational Resources
2013.
Binkley,
M., Erstad, O., Herman, J., Raizen, S., Ripley, M., Miller-Ricci, M., &
Rumble, M. (2012). Defining twenty-first century skills. In Assessment and
teaching of 21st century skills (pp. 17-66). Springer Netherlands.
Dede, C.
(2010). Comparing frameworks for 21st century skills. In J. Bellanca, & R.
Brandt
(Eds.), 21st
century skills (pp. 51-76). Bloomington, IN: Solution Tree Press.
Europese
Unie (2006). Recommendation of the European Parliament and of the Council of
18 December
2006 on key competences for lifelong learning. Official Journal of the
European
Union, L394/10.
Luxembourg: Publications Office of the European Union.
OECD (2004).
21st Century learning: Research, innovation and policy directions from
recent
OECD
analyses. Paris:
OECD.
Thijs, A. M., Fisser, P. H. G., & van der Hoeven, M.
(2014). 21e eeuwse vaardigheden in het curriculum van het funderend
onderwijs. SLO, nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling.
Wagner, T.
(2008). The global achievement gap. New York: Basic Books.
WRR
(2014). Naar een lerende economie: Investeren in het inverdienvermogen van
Nederland.
Den
Haag: WRR.
Feedback kaart Quest 1
28-01-2017
Feedback op het werk van Paul Martijn
Naam beoordelaar: Annette
van de Ven
Ranking docent: Sarah
|
++ /+ /+- /- /--
|
Criteria
|
|
|
De relevantie van de gekozen trends en drijvende krachten is
onderbouwd voor meerdere vakgebieden (bv voor po en v(s)o en hbo).
|
|
Feedback:++
|
Je benoemt de relevantie van de
gekozen trends en drijvende krachten die voortkomen vanuit je tekst (‘collectief en individueel leerproces
ondersteund door digitale technologie’), en je onderbouwt deze voor meerdere
vakgebieden. Je drijvende kracht ‘Gepersonaliseerd leren’ wordt over de
gehele linie iets minder onderbouwd dan de verticale drijvende kracht
‘Digitalisering’.
|
|
|
Uit de verantwoording van de keuze van de trends en drijvende
krachten blijkt een heldere visie op onderwijs waarbij verschillende
perspectieven worden meegenomen (o.a. maatschappelijk, wetenschappelijk en
economisch)
|
|
Feedback:+ -
|
Je ‘blend’ de gekozen drijvende
krachten tot Blended learning en verantwoordt je visie op onderwijs door
blended learning te relateren aan 21st century skills. Het economisch
perspectief wordt onderbouwd door een krachtige stelling en minder direct op
de drijvende krachten ‘gepersonaliseerd leren’ en ‘digitalisering’. Het
maatschappelijk perspectief blijft wat achter.
|
|
|
De trends en drijvende krachten zijn helder beschreven en onderbouwd
met actuele en relevante (wetenschappelijke) literatuur
|
|
Feedback:++
|
De trends worden onderbouwd met relevante
en actuele literatuur.
Naast digitalisering en gepersonaliseerd
leren beschrijf je ook technologische vaardigheden, kritisch,
probleemoplossend en conceptueel denken als noodzakelijke en steeds
belangrijk wordende vaardigheden. Zeker interessant en ook niet onbelangrijk maar
het vertroebelt enigszins de kern van je verhaal.
|
|
|
De grenzen van de maatschappelijke opdracht van de sector worden ter
discussie gesteld
|
|
Feedback:++
|
Je benoemt veel 21st century
skills vaardigheden die aandacht en
ontwikkeling vragen voor de toekomstige arbeidsmarkt, maar deze mogen best
wat meer out of the box. Je hebt een vernieuwende visie op het
deeltijdonderwijs van het HBO waar duidelijk je expertise ligt.
|
|
|
De gekozen trends zijn
voorgelegd aan peers in onderwijsinnovatie-trajecten (bv in
landelijke/regionale netwerken of digitale fora)
|
|
Feedback
|
n.v.t.
|
Feedback algemeen;
Paul, je
hebt een vlotte manier van schrijven en ik krijg de indruk dat je de lezer
graag van veel informatie wil voorzien. Iets meer diepte in je verhaal maakt
het geheel wat sterker.
maandag 23 januari 2017
Quest 0 - Paul: Improvisatie en samenwerking
Quest 0 -
Welke kwaliteiten zijn nodig in LA4?
In het komende
leerarrangement gaat het om samen een vernieuwing te ontwikkelen. Hierbij is
het van belang dat je out of the box kunt denken, kunt improviseren en met
elkaar in gesprek blijft. Kortom de ‘21st century skills’ ontwikkelen is het
belangrijk dat je innovatief bent en kunt samenwerken. In combinatie met
digitale technologie zowel praktisch als in het vooruitdenken gaan we de
komende tijd samen bedenken hoe de wereld van de student anno 2030 er uit zal
zien.
Wat kan ik brengen in mijn leerteam?
Door mijn
ervaring als muzikant heb ik leren improviseren en is samenwerken noodzakelijk.
Bij muziek gaat het om harmonie en creativiteit samen te delen en te ontwikkelen.
Deze vaardigheden heb ik bij mijn vorige werk als projectleider vaak gebruikt om
een gezamenlijk doel te bereiken en komt bij mijn huidige vak als docent, tutor
en onderwijsontwikkelaar ook goed van pas. Ik hoop dat ik dit in ons team kan
bijdragen om de doelstellingen van LA4 te halen. Wat betreft de 21st century
skills gaan vooral de ontwikkelingen van ICT-vaardigheden zo snel dat het tijd
en energie kost om dit bij te houden. Doordat onze kinderen (20 en 21 jaar) nog
thuis wonen kan ik geregeld gebruik maken van hun ondersteuning. Het blijft echter
voor mij constant een aandachtspunt.
Abonneren op:
Posts (Atom)